Het oerbos van Białowieża is het oudst bewaarde Europese oerbos dat nog in een min of meer natuurlijke staat is en is gelegen op de grens van Wit-Rusland en Polen. Het Poolse deel is ongeveer 58.000 hectare groot, het Wit-Russische deel 67.000 hectare. Het totaal beslaat dus rond de 125.00 hectare.
In het Poolse deel ligt het Białowieża Nationaal Park van 10.500 hectare. Het hele bosgebied was oorspronkelijk een jachtgebied van de Russische tsaren en Poolse koningen. Hierdoor werd het bos eeuwenlang beschermd tegen intensieve houtkap en begrazing door vee. Wel was de wildstand in perioden kunstmatig hoog, hetgeen invloed zal hebben gehad op de bosontwikkeling.
Tegenwoordig bezoeken jaarlijks zo'n 100.000 toeristen het Poolse deel van het bos. In het dorp Białowieża liggen diverse onderzoeksstations voor bosbouw, bosecologie en zoölogisch onderzoek.
In het Nationale Park komen verschillende bostypen voor, gerelateerd aan verschillende bodemtypen. Op vruchtbare leemgronden groeien gemengde bossen met onder andere haagbeuk, winterlinde, Noorse esdoorn, zomereik, bergiep, fijnspar, ruwe berk en ratelpopulier. Dit bostype wordt wel linden-eiken-haagbeukenbos genoemd. Nabij riviertjes neemt het aandeel van de es toe en bij hoge grondwaterstanden wordt het bos gedomineerd door zwarte els en es. Op armere, zuurdere zandgronden groeien naaldbossen van grove den en fijnspar, soms gemengd met wat zomereiken. Op natte, zure locaties groeien veenmossen in bossen met fijnspar en grove den.
De fijnsparren bereiken de grootste hoogte, veelal 40 tot 45 meter met toppers van 48 tot ruim 50 meter.
Zomereik en es vormen zware exemplaren en bereiken op de leembodems een hoogte van 33 tot 40 meter met uitschieters tot 43 - 44 meter. Grove den bereikt vergelijkbare hoogtes. Winterlinde, bergiep en Noorse esdoorn vormen een tussenetage van 28 tot 35, soms 38 meter hoog. Hieronder groeien nog de haagbeuken met een hoogte van 20 tot 30, maximaal 34 meter.
Open plekken zijn vaak ingenomen door berken en espen. Linde en haagbeuk verjongen zich massaal. Van de bergiep is ook vrij veel jonge opslag te vinden, maar iets oudere bomen konden we niet vinden. Veel grotere bergiepen zijn de afgelopen decennia gesneuveld door de iepenziekte. Hoe de verjonging van zomereik plaats vond is onduidelijk: in het bos op leembodems staan voornamelijk oude eiken van meer dan 150 jaar: jonge eikjes ontbreken. Eikenverjonging treedt slechts op in open bossen van grove den. Grove den zelf verjongt zich volgens onderzoek alleen na bosbranden en in heel open terreinen.
Er is nauwelijks sprake van een struiklaag, soorten als hazelaar, bergiep, lijsterbes en kardinaalsmuts worden door begrazing van wisenten, edelherten en reeen klein gehouden. Redelijk algemeen is ook het peperboompje (Daphne mezereum), een struikje van een meter hoog.
In het voorjaar is er een rijke bloei met tapijten van bosanemoon, gele anemoon, leverbloempje, daslook en vele andere kruiden.
Opvallend is de afwezigheid van boomsoorten als beuk, zoete kers, gewone esdoorn en veldesdoorn. De beuk komt in noordoost Polen niet voor door de geringe neerslag in het groeiseizoen. De gewone esdoorn is van nature vooral een soort van het heuvelland en de gebergten; wellicht is ook voor deze soort de neerslag te laag. Bij zoete kers en Spaanse aak zijn de strenge winters misschien de oorzaak van hun afwezigheid.
De bomen
Toon op kaart ·
Wijzig gegevens van deze plaats
Foto's
- Zomereik (Quercus robur) "3891"
- Es (Fraxinus excelsior) "3892"
- Zomereik (Quercus robur) "3893"
- Bergiep (Ulmus glabra) "3902"
- Noorse esdoorn (Acer platanoides) "3903"
- Winterlinde (Tilia cordata) "3904"
- Es (Fraxinus excelsior) "3905"
- Winterlinde (Tilia cordata) "3906"
- Zwarte els (Alnus glutinosa) "3907"
- Fijnspar (Picea abies) "3908"
- Ruwe berk (Betula pendula) "3909"
- Noorse esdoorn (Acer platanoides) "3910"
- Bergiep (Ulmus glabra) "4350"
- Zomereik (Quercus robur) "4218"
- Ratelpopulier (Populus tremula) "4219"
- Haagbeuk (Carpinus betulus) "4225"
- Fijnspar (Picea abies) "4230"
- Grove den (Pinus sylvestris) "4231"
- Zomereik (Quercus robur) "4233"
- Zwarte els (Alnus glutinosa) "4351"
- Ratelpopulier (Populus tremula) "4352"
- Ruwe berk (Betula pendula) "4353"
- Fijnspar (Picea abies) "4354"
- Ratelpopulier (Populus tremula) "4477"
- Zomereik (Quercus robur) "4478"
- Fijnspar (Picea abies) "4752"
- Winterlinde (Tilia cordata) "4753"
- Ratelpopulier (Populus tremula) "4755"
- Ruwe berk (Betula pendula) "4756"
- Haagbeuk (Carpinus betulus) "4757"

Een deel van de bossen van Bialowieza is gelegen op vruchtbare leembodems. In het voorjaar is de bodem hier bedekt door een weelde aan bloeiende kruiden als Goudveil, Bosanemoon, Holwortel en Daslook.
Locatie 1

Een es (links, omtrek 467 cm, hoogte 40 m) en een zomereik in een afgelegen en zeer fraai gedeelte van het Bialowieza Nationale Park. Verder zijn o.a. Leo Goudzwaard (links) en Tomasz Niechoda (geheel rechts) te zien.

Een impressie van het bos op vruchtbare leembodem, met onder andere haagbeuk, zomereik, Noorse esdoorn, es, bergiep, fijnspar en winterlinde.

In het Bialowieza Nationale Park lopen enkele rviertjes. In de aangrenzende bossen staan voornamelijk zwarte elzen en essen. Dit riviertje is door een beverdam opgestuwd, zodat een deel van het aangrenzende bos onder water staat en de bomen zullen afsterven.
Zomereik (Quercus robur) "3891"
Es (Fraxinus excelsior) "3892"
Maciek eik (zomereik "3893")
Bergiep (Ulmus glabra) "3902"
Noorse esdoorn (Acer platanoides) "3903"
Winterlinde (Tilia cordata) "3904"

Tomasz Niechoda meet de omtrek van de hoogst gemeten linde van Bialowieza

Leo en Jeroen bij de hoogste winterlinde van Bialowieza
Es (Fraxinus excelsior) "3905"
Winterlinde (Tilia cordata) "3906"
Zwarte els (Alnus glutinosa) "3907"
Fijnspar (Picea abies) "3908"
Ruwe berk (Betula pendula) "3909"

Leo Goudzwaard (links) en Jeroen Philippona bij een zeer hoge berk in Bialowieza.
Noorse esdoorn (Acer platanoides) "3910"
Zomereik (Quercus robur) "4218"
Ratelpopulier (Populus tremula) "4219"
Haagbeuk (Carpinus betulus) "4225"
Fijnspar (Picea abies) "4230"
Grove den (Pinus sylvestris) "4231"
Zomereik (Quercus robur) "4233"

Tomasz Niechoda bij zijn favoriete eik.

Jouck Iedema bij (volgens Tomasz Niechoda) één van de mooiste eiken van Bialowieza.
Bergiep (Ulmus glabra) "4350"
Zwarte els (Alnus glutinosa) "4351"
Ratelpopulier (Populus tremula) "4352"
Ruwe berk (Betula pendula) "4353"
Fijnspar (Picea abies) "4354"
Ratelpopulier (Populus tremula) "4477"
Professor Karpinski Oak (zomereik "4478")

Astrid en Jouck bij de Professor Karpinski - eik.











































