Je bent niet aangemeld · aanmelden · registreer
 

Geschiedenis van de mammoetboom

Paleobotanische evolutie

De naaldbomen van de subfamilie Sequoioideae waren ooit wijdverspreid over de hele noordelijke halfrond.
Slechts drie soorten overleefden de ijstijden: Sequoiadendron giganteum en Sequoia sempervirens in CaliforniŽ en Metasequoia glyptostroboides in afgelegen gebieden in Zuidwest-China.
Meer over Sequoia sempervirens.
Meer over Metasequoia glyptostroboides.

Ontdekking

De vroegste geschreven vermelding van de bomen werd gemaakt in 1833 door een expeditie van jagers. Er zijn wel meerdere vermeldingen van "big red cedars" te vinden uit die tijd, maar die zijn niet allemaal even betrouwbaar. John M. Wooster zou in 1850 zijn initialen in een mammoetboom gekerfd hebben, maar deze ontdekkingen of ontmoetingen werden niet algemeen bekend.

De eerste met zekerheid vastgestelde waarneming gebeurde in de lente van 1852. Een jager, die een beer in het Sierra Nevada gebergte aan het achtervolgen was, trok de bossen in die nu gekend zijn als 'North Grove' in het Calaveras State Park. De jager, Augustus T. Dowd, wist niet wat hij zag en ťťnmaal in het nabijgelegen mijnkamp gekomen, wou niemand hem geloven, tot ze deze reuzen met hun eigen ogen zagen. De bossen werden onmiddellijk populair en kregen aandacht van het grote publiek. Wegen werden aangelegd naar deze bossen en vele houthakkers roken geld, veel geld.
In de jaren nadien werden nog vele andere, grotere mammoetboombossen ontdekt, hoewel het wel gezegd moet worden dat de bomen al eeuwen bekend waren bij de plaatselijke indianenstammen. Deze noemden de boom Wawona, een nabootsing van de roep van de gevlekte bosuil. Deze is in de Indiaanse religie de beschermgeest van grote bomen. De stammen langs de Tule rivier noemden de boom Toos-pung-ish of Hea-mi-withic.

De oude mammoetboom die Augustus T. Dowd als eerste zag, werd de "Discovery Tree" genoemd. Nadat hij vele eeuwen vele stormen en bosbranden had doorstaan, aanschouwde hij in 1852 voor het eerst een westerling. Een jaar later werd hij omgezaagd.
Vijf man was er 22 dagen mee bezig (schets linksonder) en na het tellen van de jaarringen bleek de boom 1300 jaar oud te zijn geweest. Het overgebleven restant van de stam werd gebruikt als dansvloer...

 

Het zegt veel over de mentaliteit die toen heerste. Nu lijkt het omzagen van de grootste mammoetbomen erg triest, maar is in de tijdsgeest van de 19e eeuw wel te begrijpen. In die tijd van beperkte communicatiemogelijkheden sijpelden tijdens de Californische goldrush allerlei verhalen vanuit de "Far West" door naar de Amerikaans-Europese oostkust van de VS. Massieve goudbergen! Gigantische bomen! Enorme watervallen waar het water naar boven loopt! De Europese immigranten kregen een "eerst zien, dan geloven"-mentaliteit. In die periode leefde er ook een ongebreideld optimisme: door de grote vooruitgang in de techniek werden voor het eerst spoorwegen aangelegd, grote bruggen, schepen en wolkenkrabbers werden gebouwd, kanalen werden aangelegd. De mens leek de natuur voor het eerst onder controle te krijgen. Het feit dat men zo'n bomen nu kůn omzagen vonden sommigen al een morele verplichting om het te doen. Meerdere eeuwenoude bomen werden omgezaagd juist om hun bestaan te bewijzen (en er ondertussen veel geld aan te verdienen). Zo werd in 1891 bijvoorbeeld de "Mark Twain tree" omgelegd. Een schijf uit deze boom werd opgestuurd naar het American Museum of Natural History in New York, een andere schijf naar het Britse natuurhistorisch museum.

Timber!

In de afgelegen bergvalleien van de Sierra Nevada ontstonden op vele plaatsen grote en kleine boomzagerijen die millenia oude bomen neerlegden en kwamen boerderijen waarvan de schapen en geiten de graslanden ernstig aantastten. De houtopbrengst van deze oude knarren was overigens marginaal: door de matige kwaliteit van het hout en hun afmetingen versplinterden ze nogal vaak wanneer ze neergehaald werden (de foto links toont een dergelijk tafereel uit Nelder Grove). Men probeerde dit vervolgens zoveel mogelijk te beperken door geulen te graven en deze te vullen met takken, in de hoop zo de schok te breken.

Het hout werd vooral gebruikt om kleine paaltjes te maken om wijnranken langs te laten groeien en niet als constructiemateriaal omdat het daarvoor te zacht was. Op vele plaatsen kan men tegenwoordig (meer dan 100 jaar later) deze brokstukken nog steeds zien liggen: door het hoge tanninegehalte in het hout is het erg resistent tegen verrotting.


John Muir (foto) (1838-1914), een Schot die zich zijn leven lang sterk heeft ingespannen voor het behoud van de ecosystemen van de Sierra Nevada, protesteerde heel heftig tegen de kaalslag en de begrazing en wist uiteindelijk de oprichting van het Yosemite National Park los te krijgen, samen met een aantal andere maatregelen. Hij stond aan de basis van het Nationale Parkensysteem van de VS en was tevens de stichter van de natuurbehoudsorganisatie "The Sierra Club". Toch kon hij niet voorkomen dat de Tuolumne rivier werd afgedamd en de Hetch Hetchy Valley onder water werd gezet om San Francisco van stroom te voorzien. Door inspanningen als deze van John Muir en de marginale houtopbrengsten van deze reuzen werd het omzagen van mammoetbomen grotendeels gestaakt in de jaren 1920.

Tot in de jaren 1980 werden echter nog steeds jongere exemplaren omgezaagd. Door de publieke verontwaardiging hierover werd het aantal nationale parken, staatsparken en -monumenten steeds groter. Tegenwoordig zijn de meeste resterende natuurlijke mammoetboombossen beschermd en is het omhakken van deze bomen verboden.

Keuze naam Sequoiadendron

Omdat tot 1852 de soort ook niet gekend was bij botanici, was de soort wetenschappelijk onbeschreven gebleven. In dat jaar kreeg Albert Kellogg van de California Academy of Sciences enkele takken opgestuurd. Naar verluidt waren er wel geen kegels en bloemen aan, zodat Kellogg nog even wilde wachten met de formele beschrijving totdat hij een volledig herbarium in handen had. Hij was van plan de boom Washingtonia gigantea te noemen, ter ere van de eerste Amerikaanse president. In tussentijd liet hij de takken zien aan William Lobb. Deze was net uit Engeland aangekomen om een plantenverzameltocht te doen in opdracht van de Britse boomkwekerij Veitch & Co.

't Leven is voor de rappe

In tegenstelling tot Kellogg die het Calaverasbos niet direct bezocht, haastte Lobb zich er heen en verzamelde alle nodige gegevens, een hele hoop zaadjes en zelfs twee kleine boompjes. Hij keerde terug naar San Francisco en zonder een woord tegen de Amerikaanse plantkundigen te zeggen, vertrok hij terug naar Engeland. Hij arriveerde op 15 december 1853 en gaf het verzameld materiaal aan John Lindley, hoofdprofessor plantkunde aan de Universiteit van Londen. Deze deed vrij snel daarna, op 24 december, een formele publicatie van de soort. John Lindley noemde de soort Wellingtonia gigantea ter ere van Arthur Wellesley, de Britse hertog van Wellington, die in 1815 Napoleon te Waterloo had verslagen en dat jaar was overleden.
Zoals het Vlaamse spreekwoord zegt: 't leven is voor de rappe.

Eigenlijk was deze naam ongeldig, want Wellingtonia was reeds gebruikt in 1840 voor de plant Wellingtonia arnottiana uit de Sabiaceae, maar toen wist men dat nog niet. Washingtonia zou trouwens ook niet geschikt geweest zijn, want die naam was al in gebruik voor een bepaald palmengeslacht.

Woedende Amerikanen

De publicatie van Lindley ontlokte een storm van protest bij Amerikaanse botanici die niet te spreken waren over het feit dat de grootste boom ter wereld genoemd was naar een Engelse oorlogsheld door een plantkundige die de boom zelfs nog nooit had gezien. De Amerikanen publiceerden prompt een stortvloed van ongeldige namen, om de aanvaarding van Wellingtonia wat te vertragen en te bemoeilijken.
De Franse Joseph Decaisne stelde in 1854 de naam Sequoia gigantea voor, een plausibele keuze die uiteindelijk de goedkeuring kreeg van Britse plantkundigen. Sindsdien verdween Wellingtonia langzaam uit de literatuur, behalve in Groot-BrittanniŽ, waar de naam hardnekkig blijft hangen. Op de foto rechts is het naamkaartje te zien van een mammoetboom in een Brits arboretum.
Helaas was Sequoia gigantea een ongeldige naam omdat het vroeger reeds gebruikt werd door Endlicher om een variŽteit van de kustsequoia (Sequoia sempervirens) te benoemen.
Het probleem werd niet bevredigend opgelost totdat de Amerikaan John T. Buchholz in 1939 uiteindelijk Sequoiadendron voorstelde, een samenstelling van de naam van het reeds bestaande geslacht Sequoia en dendron (δενδρον), het Griekse woord voor 'boom'. Deze naam was niet zo populair en werd bekritiseerd door oudere Californische botanici, die de soort ingedeeld hadden willen zien bij het genus Sequoia. Maar Buchholz' argumenten - gebaseerd op substantiŽle verschillen in de ontwikkeling van de zaadkegels - hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat de soortnaam Sequoiadendron giganteum algemeen werd aanvaard.

In de Verenigde Staten is de mammoetboom gekend als de 'giant redwood', 'giant sequoia', 'bigtree' of 'big tree'. In Groot-BrittanniŽ gebruikt men naast de namen 'giant redwood' of 'giant sequoia' ook nog steeds 'Wellingtonia'.

Sinds de ontdekking populair in Engelse tuinen

In de 2e helft van de 19e eeuw was het voor de Europese kasteelheren modieus om een zogenaamde Engelse tuin (ook een tuin in landschapsstijl genoemd) aan te leggen op hun landgoed. Deze tuinen, beÔnvloed door de romantiek, waren tuinen met veel schijnbaar wilde stukjes, kronkelende paadjes en veel plantensoorten. Zodra de reuzenwouden in het Californische gebergte tijdens de goldrush ontdekt waren, werd de mammoetboom een graag geziene gast in deze tuinen, die vaak aangelegd waren als arboretum. Het werd een echte modeboom voor de beter gegoeden, want de boom was toen relatief duur. Dit verklaart waarom de oudste Europese exemplaren in kasteeltuinen en arboreta terug te vinden zijn.

Mammoetboom in 't Wageler (Ledeboerpark) te Enschede In het Verenigd Koninkrijk vindt men de oudste terug.
Het klimaat is ideaal en de bomen groeien er heel snel. Daar bereiken de grootste sequoia's reeds 54 meter hoogte (in de Benmore Botanic Garden in Schotland) en meer dan 11 meter stamomtrek (Perth and Kinross in Schotland).

Ook in Frankrijk werd hij onmiddelijk een populaire boom: er werden zelfs hele lanen mee beplant. In BelgiŽ staat het dikste exemplaar (9 m stamomtrek op anderhalve meter) te Esneux. Het is aangeplant in 1896 en misschien wel het oudste exemplaar van BelgiŽ. In Nederland nam de welgestelde familie Ledeboer tijdens een reis in 1890 enkele denappels mee en plantte een boom nabij hun villa in Enschede. Daar staat nu ťťn van de oudste mammoetbomen van Nederland (foto).
Sinds de ontdekking zijn ook al een aantal cultivars geselecteerd zoals bijvoorbeeld de treurvormen 'Barabits Requiem' en 'Pendulum', de dwergvorm 'Pygmaeum' en bontgekleurde variant 'Variegatum'.
Mammoetbomen elders ter wereld.

Hoort de boom hier wel thuis?

De mammoetboom is in onze streken een geÔntroduceerde soort, een plantensoort die hier niet van nature voorkomt. Daar zijn argumenten tegen in te brengen: zo kunnen nieuwe plantensoorten beginnen woekeren en plaatsen in het ecosysteem innemen die eerder door inheemse, minder competitieve plantensoorten werden ingenomen.
De niet-invasieve mammoetboom vormt hier echter geen enkel gevaar, dit in tegenstelling tot geÔntroduceerde soorten zoals bijvoorbeeld de giftige Rhododendron ponticum die in Groot-BrittanniŽ een ware plaag vormt en hele bossen versmacht, of bij ons, de Amerikaanse vogelkers of bospest (Prunus serotina) die op heidegronden woekert (foto). Nergens buiten het natuurlijk verspreidingsgebied, de Sierra Nevada, CaliforniŽ heeft men echter al gemerkt dat de mammoetboom zich voortplantte zonder hulp van de mens. Zelfs in de Sierra Nevada, waar soms aan de voorwaarden voor natuurlijke voortplanting is voldaan, zijn de jonge plantjes bijzonder kwetsbaar. En zelfs als de boom zich hier zou voortplanten, is dit allerminst op een woekerende manier.
Wanneer bezoekers van een arboretum of wandelaars in een park onder de indruk zijn van deze bomen en men hierdoor meer oog heeft voor bomen in het algemeen of eens wat meer stilstaat bij de verscheidenheid van de natuur, is hun aanwezigheid voor mij al meer dan gerechtvaardigd.
 

Hoofdpagina · Begin van pagina · Deel/Bewaar

© MonumentalTrees.com · voorbehoud · ook beschikbaar in · Castellano · Deutsch · English · FranÁais · vertalen?